Opinie: Kapitaalbelasting, thinking outside the box

donderdag 31 oktober 2019

Onlangs presenteerde het kabinet haar voorstel voor de aanpassing van de box 3 belasting: Spaargeld tot EUR 440.000 zal fiscaal vrijwel onbelast worden, terwijl overige bezittingen hoger worden aangeslagen. Het is begrijpelijk dat het kabinet het “onbehagen” over een rendementsheffing op spaargeld dat geen rendement oplevert, wil aanpakken. Ze creëert alleen onbedoeld een ongewenst zijeffect, namelijk dat particulieren geprikkeld worden uit aandelen en obligaties te stappen en de opbrengsten op hun spaarboekje te storten. Dit is vanuit maatschappelijke optiek onwenselijk, om twee redenen. 

Waardevernietiging

Allereerst is het waardevernietigend voor particulieren. Wie zijn geld langdurig op een spaarrekening stalt, wordt daar financieel niet wijzer van. Zelfs bij nul procent vermogensrendementheffing, zal inflatie op de lange termijn het vermogen opeten. Om nog maar niet te spreken over het kredietrisico voor vermogens boven de EUR 100.000 waarvoor het depositogarantiestelsel niet geldt. Aandelen daarentegen bieden perspectieven op een aantrekkelijk rendement: ze hebben de afgelopen 100 jaar een gemiddeld jaarlijks rendement van tegen de 10% behaald en zich een goede beschermer tegen inflatie getoond. Nu bieden in het verleden behaalde rendementen geen garantie voor de toekomst, maar diverse financiële theorieën, zoals de Modern Portfolio Theory, voorspellen dat beleggers in aandelen of bedrijfsobligaties een fiks extra rendement tegemoet kunnen zien als compensatie voor het risico van koersfluctuaties.

Ten tweede is het waardevernietigend voor bedrijven. Veel banken zitten niet op extra spaargeld te wachten. Als ze het bij de ECB stallen, moeten ze een boetetarief van 0,5% betalen, wat overigens de reden is dat veel banken het liefst een negatieve spaarrente in rekening zouden willen brengen. Wie in aandelen of bedrijfsobligaties belegt, investeert in de reële economie en draagt bij aan welvaartsgroei en nieuwe banen.

Wat in deze extra betreurenswaardig is, is dat deze maatregel vooral de lage en middenklasse aanzet om hun vermogen in spaartegoeden om te zetten. Het meest welvarende echelon aan belastingplichtigen zit toch ruim boven de EUR 440.000 grens. Zo werkt dit voorstel welvaartsongelijkheid verder in de hand.

Veiligheid of rendement?

Vanwege mijn functie vragen particulieren mij regelmatig wat ze het beste met hun geld kunnen doen: veiligheid of rendement? Mijn filosofie is om de gulden middenweg te kiezen: enerzijds niet de kans op rendement opgeven door het overconservatief te stallen, anderzijds ook weer niet gaan speculeren. Ik raad vaak aan maandelijks een vast bedrag, zelfs als het klein is, te investeren in een combinatie van aandelen en obligaties, gespreid over landen en sectoren, sinds de komst van ETFs is dat ook voor kleinere beleggers vrij eenvoudig te doen. Door aan deze strategie vast te houden, zowel tijdens vette als tijdens magere jaren, worden koersfluctuaties in de tijd uitgestreken en kan een appeltje voor de dorst worden opgebouwd.

Langetermijn beleggen

Fiscaal beleid zou ook zo’n langetermijn beleggingsstrategie moeten stimuleren en speculatief gedrag ontmoedigen. Een stuitend voorbeeld van speculatieve producten zijn zogenaamde Certificates For Difference (CFDs) die de laatste jaren een hoge vlucht nemen. Door de combinatie van ondoorzichtig tegenpartijrisico en een hoge hefboom (vaak meer dan 10) hebben deze producten wat mij betreft meer met gokken dan met beleggen te maken. De AFM heeft in april een aantal beperkende maatregelen tegen CFDs opgelegd, maar een kleine zoektocht op internet toont dat veel aanbieders hier de hand mee lichten. Het verminderen van de vraag middels fiscale maatregelen zou in mijn optiek een veel effectievere manier zijn deze producten in te dammen. Hiermee worden dan twee positieve effecten bereikt, risicovol gedrag wordt ontmoedigd en voor zover het gedrag toch blijft bestaan kan er in ieder geval een belasting op worden geheven zodat rationeler gedrag minder belast hoeft te worden.

Inspiratie over de landsgrenzen

Op fiscaal gebied zou Nederland wat dit betreft inspiratie kunnen opdoen in Frankrijk. Hoewel velen dit land meer met protesterende gele hesjes dan met langetermijn beleggen associëren, heeft het een kleine 20 jaar geleden een zeer effectief fiscaal instrument gecreëerd, het zgn. aandelenspaarplan. Hierdoor kan iedere volwassene tot een plafond van EUR 150.000 fiscaal voordelig aandelen of obligaties kopen. Windhandel zoals CFDs of andere derivaten zijn niet toegestaan. 75% van de portefeuille moet in de EU belegd zijn, zodat het economische groei in de eigen regio stimuleert. Men moet minimaal 7 jaar geïnvesteerd blijven om volledig van het fiscale voordeel te genieten, maar nog langer aanhouden is aantrekkelijk omdat het plafond groeit met eventuele koerswinsten en dividenden.

Martijn Rozemuller

Martijn Rozemuller

Martijn Rozemuller Managing Director